Verhalen van G. de Jong.

G. de Jong (* 1943 - †2015) heeft in de afgelopen jaren een aantal verhalen geschreven over de personen, gebouwen, kerken en winkels die vroeger in en rondom Nes woonden en stonden.

Hieronder zijn 16 verhalen te lezen over hoe het vroeger in Nes was om te wonen.




Pieterkje 04-05-2010

Pieterkje Dijkstra is geboren op 23 augustus 1840 als dochter van Dirk Harmens Dijkstra en Sijtske Pieters Kabeljauw. Ze is genoemd naar haar grootvader van moederskant, Pieter Aukes Kabeljauw. Haar grootvader was visser te Moddergat.

Als kind heeft ze het niet gemakkelijk. Ze woont in Nes in het armenhuis en dat is in de tijd dat de armoede groot is en de kindersterfte hoog. Haar kleine broertje Jacob is daar gestorven toen hij 2 jaar was. Zelf is ze niet zo sterk. Ze heeft moeite met het lopen. Ze is ook maar weinig naar school geweest. Lezen en schrijven vindt ze moeilijk.

Ze heeft altijd bij haar ouders gewoond en die zijn voor die tijd oud geworden. Haar moeder is 81 jaar geworden en haar vader is in 1898 overleden, oud 93 jaar. Vanaf die tijd woont Pieterkje alleen in haar huisje aan wat nu de Voorstraat heet.

  Geref kerk 1901
 

Gereformeerde kerk te Nes in 1901

 

Zondags gaat Pieterkje naar het Gereformeerde kerkje aan de Nieuweweg. Dat kan vanaf Hemelvaartsdag 1891. Iedere zondag is er één keer een kerkdienst. De ander dienst is in Wierum. Het kerkvolk van Nes en Wierum reist heen en weer. Pieterkje bezoekt alleen de dienst in Nes. Ze loopt met 2 stokken en doet er 20 minuten over van haar huisje naar de kerk. In de kerk zit ze altijd op de voorste rij.

In het jaar 1900 krijgt de Gereformeerde kerk van Nes en Wierum een nieuwe predikant. Cand. Marinus Bastiaan Parlevliet uit Katwijk heeft het beroep aangenomen. Nes en Wierum is zijn eerste gemeente. De dominee woont in Wierum.

De Gereformaarde kerk van Nes en Wierum bestaat sinds 1887 en in het begin zijn er veel oudere mensen die geen belijdend lid en vaak ook geen dooplid zijn. Voor 1900 hebben ze in de Ned.Hervormde kerk van Nes en Wierum een vrijzinnige predikant. Veel ouders hebben hun kinderen daar niet laten dopen. Sommigen gaan naar andere dorpen waar een rechtzinnige predikant is om hun kinderen te laten dopen. En belijdenis doen doet men ook niet zo gemakkelijk. Je moet wel de vrijmoedigheid hebben. En het onderzoek dat gedaan wordt door de kerkeraad moet ook nog tot een bevredigend resultaat leiden.

Pieterkje is ook geen lid van de kerk en wil graag gedoopt worden en belijdenis doen. Dat zou al in het voorjaar van 1901, maar ze is een hele tijd ziek geweest. Het onderzoek naar de kennis van de leer der waarheid moet bij Pieterkje eerst ook nog plaatsvinden. Omdat Pieterkje slecht ter been is zal dat bij haar thuis gedaan worden. Donderdagavond om 7 uur kan ze de dominee en 2 broeders ouderlingen verwachten. Een dag van tevoren heeft ze al een doos sigaren gehaald bij Buwalda. Ze ziet heel erg tegen dit bezoek op, maar het moet. Hoe zal dit aflopen? De volgende week wordt ze als ze het beleven mag 60 jaar.

Op de afgesproken tijd verschijnen de ambtsdragers. Ds Parlevliet en de ouderlingen Jan van der Kooi, boer op Wie en de beurtschipper Dirk Reeder. Zoals gebruikelijk beginnen ze met het zingen van een Psalmvers. Psalm 25 : 2.

Broeder Reeder is voorzanger in de kerk en die zet ook nu in. Luidkeels heffen de broeders dit Psalmvers aan. Wat gebeurt hier? De kippen van de buren vliegen angstig van de stok en luid kakelend rennen ze door het hok. Hier dreigt gevaar. Dit geluid kennen ze niet. Na enige tijd herwinnen ze hun kalmte. Daarna leest dominee een Psalm en gaat voor in gebed. Nu kan het onderzoek beginnen.

Eerst steken ze alle drie een sigaar op. Even later is het in het kleine kamertje blauw van rook. Pieterkje had het al benauwd, nu heeft ze het dubbel benauwd. Dominee begint met het stellen van vragen aan Pieterkje. Op de meeste vragen weet ze het antwoord niet. Ze krijgt het op de zenuwen en kan nauwelijks een woord uitbrengen. Eindelijk is het onderzoek afgelopen. Na enig beraad vertellen ze Pieterkje dat ze haar wegens zeer geringe kennis van de leer der Waarheid niet kunnen toelaten tot het Heilig Avondmaal. Gewogen en te licht bevonden. Pieterkje beseft het op dit moment nog niet.

Tot slot zingen ze nog Psalm 103 : 8. Opnieuw zet broeder Reeder in. De kippen schrikken op, maar blijven zitten. Daarna wordt er nog gedankt door broeder van der Kooi. Dan vertrekken de Weleerwaarde dominee en de dubbele eer waardige ouderlingen. Ze nemen elk nog een sigaar mee voor onderweg.

Pieterkje blijft mismoedig achter.

Op de eerstvolgende kerkeraadsvergadering doen ze verslag van hun onderzoek en het besluit dat ze hebben genomen. Ook de andere kerkeraadsleden vinden dat ze juist hebben gehandeld. 

Het schijnt dat de kerkeraad later op dit besluit is teruggekomen. Hoe en waarom wordt niet vermeld. Enkele maanden later, op 17 november 1901 wordt Pieterkje gedoopt en doet ze belijdenis van haar geloof. Het wordt de mooiste dag van haar leven. Nu wordt Pieterkje ingeschreven als belijdend lid van de kerk.

De jaren verstrijken. Ds.Parlevliet blijf tot 1913. Ds.H K van Dijk van Zwammerdam volgt hem op.

In februari 1918 is het afscheid van Pieterkje. Ze is 1 februari gestorven. Oud 77 jaar. Aan een moeitevol leven is een einde gekomen. Op de middag na haar begrafenis spreekt ds.van Dijk nog troostvolle woorden naar aanleiding van Lukas 8 : 48. En Hij zeide tot haar: Dochter,uw geloof heeft u behouden,ga heen in vrede. 

G de Jong
l

 

De Prebende hiemen 20-11-2009
  Hoofdstraat 1906  
 
 

Hoofdstraat in 1906

 
 
 

Dit is de buurt aan de linkerkant van de Voorstraat vanaf de Nijkerksterweg.

In de oude Floreen-Kohieren wordt deze buurt de Prebende Hiemen genoemd. Een prebende is een soort fonds. Dat is vaak in de late Middeleeuwen gesticht. Er werd dan een stuk grond of huizen beschikbaar gesteld aan het fonds. Met de pacht of de huur die dat opleverde kon bijv. een pastoorsplaats in stand gehouden worden of een school.

In 1700 staat er ; " De Preebende als eigenaar van deze hiemen of 10 huissteden in de buiren, hebbende de wegh ront om. Beswaert met een half floreen.".

Op de hoek van de Voorstraat en de Hoofdstraat stond vroeger de oude Herberg en Bakkerij.

Drie generaties De Graaf hebben hier gewoond. Jacob, Pier en Jacob de Graaf.

Daarna Kits, van der Ploeg en Havinga. Afgebroken rond 1970.

Hoofdstraat 24, nu Snabel was de laatste dorpswinkel. In 1935 heeft Folkert Rudolph Smit van Wierum hier de nieuwe winkel geopend in kruidenierswaren, manufacturen, confectie en radio centrale. Daarna hebben Th. Baarsma, P. Bremer, S. Bijlsma en H. Krijgsman hier het beroep van kruidenier uitgeoefend.

Nummer 22 was vroeger een gardenierswoning. Voor de fam. Grommé woonde vrachtrijder Jan Kingma hier en daarvoor de fam. P.A. vander Meulen.

Nr 20 is ook een winkel geweest. Johannes Boelens en zijn vrouw Antje Hendriks Sijtsma hadden hier een winkeltje en later Johannes Chr. Reeder. De fam Burgess heeft hier jaren gewoond en nu de fam.Tjalling Dijkstra.

Tussen de nrs 18 en 20 heeft ook een huis gestaan. Een halve eeuw geleden is het afgebroken. Het is heel lang een herberg geweest. De Fam van Gelder had hier een herberg en wagenmakerij tot 1918. Daarna hebben de dames Geertsma hier gewoond. In 1926 is dokter Schouwstra hier een huisartsenpraktijk begonnen. Dat was niet van lange duur. De Fam Wiersma heeft hier later nog gewoond. Douwe Wiersma was schoenmaker.

Nr 18 is het oude schoolhuis. Nu wordt het huis bewoond door Aardema.De school stond vroeger achter dit huis en is in 1884 verkocht op afbraak.Tot 1898 heeft het Hoofd der School hier gewoond. Toen is het huis verkocht aan graanhandelaarDirk Aukes Holwerda. Pieter Krines Boelens is er in 1914 een winkel begonnen en later was het

de winkel van Auke Eelkema.

Nr 16. Op de hoek van de Hoofdstraat en de Kaatsbuurt woont de fam H Boersma. Daarvoor de fam R de Graaf en P Hartmans. Dit is vroeger ook een winkel geweest. Schoenmaker Joh. Reeder woonde hier de tweede helft van de 19e eeuw.

Dan zijn we in de Kaatsbuurt. Het eerste huis, nr 1 wordt nu bewoont door Botma. Sijtze Ekema kocht dit huis in 1952 van Willem Kortendijk en het oude huisje dat op veel oude ansichtkaarten staat werd afgebroken. Hij liet een nieuw huis bouwen. Hier zette hij zijn handel in zuivelproducten voort. Voor Kortendijk woonde de fam.Bruinsma hier.

Dan komt het huis van de fam. Jan A. Dijkstra. nr 5. Dit huis werd lang door 2 gezinnen bewoond. Het is in de zestiger jaren van de 19e eeuw gebouwd voor de fam. Dorhout en Faber.Latere bewoners waren o.a. de fam. Marten Groen en Ritske Dijkstra.

Nr 7 is vanouds een gardenierswoning. De fam. Jan M. Visser woont er nu. Voor de Vissers hebben de Osinga's hier gewoond. De schoonvader van Dirk Osinga was Jan Stellema. Stellema was gardenier en slager. Er is nog een oude foto waar hij op staat in een witte kiel en met een hondenkar aan het venten is.De oude smederij naast dit huis is ook van Visser. "De laatste smederij van Nes" Tussen dit huis en dat van de fam. Jan P. Visser heeft ook een huis gestaan. De laatste bewoonster was wed. A Tijtsma - Kingma.

Nr 11 is Pension Visser. In de eerste helft van de 19e eeuw was het een herberg en bakkerij. Daarna is het gebruikt als boerderij. Vroeger woonden de Wieringa's hier. Daarna de fam. P. J. Visser en J. P. Visser. Dit is het laatste huis aan de Kaatsbuurt.

Het eerste huis aan de Voorstraat vanaf de Nijkerksterweg is nu een rekreatiewoning. Jan en Sijke Visser waren de laatste bewoners. Tussen dit huis en dat van mevr. Visser-Kootstra stond ook nog een huis dat door tweegezinnen werd bewoond. In het achterste gedeelte woonden de Kingma's en het voorste gedeelte was een arbeidershuis van de boerderij waar Breteler nu woont.

Het huis van mevr. Visser is in 1913 gebouwd voor Harmen en Dieuwke Dijkstra-Kingma.Daarvoor stond er iets naar achteren een oud huis. Daar heeft Maaike de Vries, bekend door haar handel in mosterd, gewoond.

Dankomt nr 10. De bewoners van dit huis hoefden hun tijd niet te besteden aan het onderhoud van een tuin. Het staat aan de weg en aan het pad dat achter de huizen van Hoofdstraat langs loopt. Het is ook een rekreatiewoning. Mevr Wiersma-de Jong woonde hier.

Achter dit huis is nog een oud huisje, dat nu voor opslag wordt gebruikt. Hendrik Huizinga was de laatste bewoner. Daarvoor de fam van der Zee. Tjalling Ritskes Dijkstra had een voermanderij en achter dit huisje stond nog een grote zwarte schuur die gebruikt werd voor stalling van de paarden en berging . Later werd het door Eelkema en Groen als opslagplaats van brandstof gebruikt.

300 jaar geleden stonden er 10 huizen. Er hebben wel 20 huizen gestaan en nu is het aantal door de ontvolking weer teruggelopen

G de Jong

 

Rondje om de kerk met oude bewoners. 29-11-2007

We beginnen op de hoek van de Achterweg - Voorstraat. Hier staat nog steeds de oude boerderij waar nu de heer Siekman woont. De laatste boer die er woonde was Siebe Visser tot 1995. Daar voor zijn ouders, Klaas van der Kooi en Pieter de Vries. Achterweg 8. Het nokanker geeft het jaartal 1796 aan. Daarvoor stond er ook al een boerderij. Op dit terrein stond vroeger ook het "Vermaanhuis". De Doopsgezinde kerk die Nes ooit heeft gehad tot 1753.

Dan de Achterweg langs aan de weg eerst het huisje van Dirk de Graaf en Antje Kamma. Daarachter stonden drie woningen die rond 1870 gebouwd zijn door timmerman Kooistra. In het eerste huisje woonden Freerk en Sietske de Beer. Later nog verschillende huurders voor een korte periode. Dan kwam Doetje van der Kooi. Die had daar een klein winkeltje. In het laatste huisje woonde  Albert van der Kooi. Even verder naar het kerkhof stond ook nog een klein boerderijtje waar Nutte de Jong woonde. Daarvoor Jan Paesens.

  Luchtfoto Nes 1932
 
 

Nes in 1932

 

Ten zuiden van het pad staat het huis waar de fam . Nicolai woont. Zij wonen nu op het terrein waar vroeger negen gezinnen gewoond hebben. Voor de Nicolai's woonden hier Dirk Bakker , Klaas Moes en daarvoor Andries Meinema.

Achterweg 4. Ten zuiden van dit huis staat nu nog een loods. Hier stond vroeger een oude boerderij. Een paar eeuwen geleden woonde hier de fam. Osinga.  De laatste bewoners waren de fam. Tjerk de Jong. Daarvoor Gerrit Visser en Jan Visser. Het voorste gedeelte werd bewoond door fam. Anne Jousma. Dan stond daarvoor nog een huisje aan de weg waar Jan en Trien Venema - Dijkstra woonden.

Even verderop aan de weg woonde mevr. Visser - Venema. Daar is weer een pad dat naar het huis loopt waar nu een nieuw huis gebouwd wordt. Hier woonde Klaas Jousma en daarvoor Hendrik de Vries, de vrachtrijder. Links van het pad stond een schuur die pas is afgebroken. Het voorste gedeelte hiervan is ook  gebruikt als woonhuis. In het  huis op de hoek Achterweg - Woudweg, waar nu mevr. Dijkstra woont was vroeger een kruidenierswinkel. Voor de fam. Dijkstra woonden hier Pieter Holwerda en Marten Cuperus. Woudweg 1.  Het huis wat dan kwam in de Woudweg werd bewoond door fam. Sipke van Sinderen. Klaas Jousma heeft het oude huis afgebroken en iets naar achteren een nieuw gedeelte aan zijn huis gebouwd. Woudweg 3.  Het huis wat dan komt wordt  al bijna negentig bewoond door de fam. De Beer. Woudweg 5. Vroeger heeft de fam Jacob W.de Vries hier gewoond. Het huisje ernaast werd bewoond door de moeder van de Vries. In dit kleine huisje was ook een winkeltje. Later heeft de fam. Barwegen hier gewoond. Daarna nog veel anderen en als laatste de fam. Stoof. Woudweg 7.

Dan zijn we bij het kerkhof, met de oude Hervormde kerk. Langs het kerkhof komen we in de Hoofdstraat. Waar nu de brede ingang is naar het kerkhof stond het huisje van Meint de Jong met daarnaast het hok dat vroeger als garage diende voor de vrachtauto van zijn zoon Andries de Jong. Het huis van Andries de Jong stond verderop tegen het kerkhof aan. In dit huis was vroeger ook een winkel. Honderd jaar geleden woonde hier de kleermaker van Nes.

Dan voorbij de oude ingang van het kerkhof was de boerderij waarvan Jacob Eelkema de laatste bewoner is geweest. Daarvoor Jelle Winia. Nu is het een speelterrein voor de kinderen. Het volgende huis werd bewoond door Sjouke Faber. Dan zijn we bij het huis van de fam. IJpe Visser. Dit huis staat er nog. Het is de oude smederij. Voor Visser hebben de Kingma's hier gewoond en daarvoor R. Cuperus.Op het terrein tussen de garage en de kruising met de Voorstraat hebben nog verscheidene huizen gestaan. Eerst het huis van Willem Huizinga. Dan kwam Theunis Meinema met zijn zuster Ietje. Daar tegenaan het huis wat laatst werd bewoond door Eelke Flootman. Op de hoek woonde de fam Tjerk Smit. Deze drie huizen zijn in 1960 afgebroken.

Daar vlak achter waren vroeger ook nog twee woningen. Langs de weg was het boerderijtje waar Sjoerd Holwerda gewoond heeft. Meindert Visser heeft hier later nog gewoond. Achter dit huis liep het pad naar het huis dat er nu nog staat. Voorstraat 6. Wijbren Dijkstra woonde hier en later fam Sipke van der Heide. Aan de weg staat het huisje wat nu te koop is.Voorstraat 4.  Fam. Johannes Visser heeft hier jaren gewoond. Dan komen we bij het pad dat naar het huis van Wigger Heerma loopt. Dit huis is in 1911 gebouwd voor de schuur die er al stond en bij de oude boerderij hoorde die naast het kerkhof heeft gestaan. Voor Heerma woonden de Sijtsma's hier. Voorstraat 2. Tussen dit huis en de Voorstraat ligt de oude Vermaningsakker. Nu zijn we weer bij de boerderij waar we begonnen zijn. De meeste huizen zijn in de zestiger jaren van de vorige eeuw afgebroken.


G. de Jong

 

Het Tsaargebied 17-8-2006
Tsaargebied Nes 1932  
 

Van het gebied tussen het Westelijke gedeelte van de Voorstraat en de Noorderweg is niet veel overgebleven als je de foto van 1932 vergelijkt met wat er voor in de plaats is gekomen. In 1832 waren er vijf percelen waar een huis op stond. Na die tijd is de bevolking van Nes sterk toegenomen en is dit hele gebied volgebouwd met huizen. Het waren meestal familieleden die op het eigen terrein een nieuw huis lieten bouwen. Het inwonertal van Nes is toen ook sterk toegenomen. Rond 1880 had Nes met Moddergat, wat toen onder Nes hoorde, ongeveer 1550 inwoners. Nu samen ongeveer 650. Als we nu even een wandeling door het gebied maken en in het Oosten beginnen waar nu de familie oost woont. De ouderen weten nog dat Bertus Walsma hier gewoond heeft en later Sjoerd Dijkstra, Haaie Stienstra en later weer verschillende Dijkstra's.

Dan het huis voor de boerderij, dat was de timmerzaak van Hendrik Veenstra en Tjipke Visser en later het woonhuis van de familie Fedde Smit. Vroeger was hier de winkel van Jacob Popes de Vries. Het westelijke gedeelte is bewoond geweest door de familie Remmeren van der Kooi. Dan langs de weg het huis van Dirk Bruinsma en later Hedzer Wiersma. Tussen deze huizen was een pad waaraan nog drie huizen stonden. Het eerste huis naast het huis van H. Wiersma was van de familie Schreiber. Hier hebben verscheidene gezinnen gewoond.

Honderd jaar geleden was hier de smederij van Jouke Wouda. Dan verder aan het pad stond een klein huisje waar ook veel gezinnen een tijdje gewoond hebben. Dit huisje was van Dirk Ages van der Wagen en bij de huur was inbegrepen, dat de huurder om de beurt op zondag zijn koeien moest melken. Nu moest het huisje nodig een verfbeurt hebben.  Dirk Ages had de bewoner beloofd dat hij Jo Rispens zou vragen om het huisje te verven. Tot ergernis van de bewoner gebeurde er niets. Tenslotte ging de bewoner naar Jo Rispens om te vragen waarom hij zolang wegbleef. Maar Jo Rispens wist nergens van. Daarna ging hij naar Dirk Ages om deze eens goed te zeggen hoe het er nu voorstond. Hij zei:"it hûske soe ferve wurde, mar der is noch neat bard ! Jo soene nei Jo, mar no bin ik krekt bij Jo west en Jo sei, jo wiene nea bij Jo west."  Daarop zei Dirk Ages tegen de bewoner: " What wolle jo hjir te Jo-Jo-jen." 
De week daarop heeft Jo het huisje geverfd.

Dan het laatste huis aan het pad werd bewoond door de familie Schreiber. Tegenover dit huis stond de schuur. Nu weer naar de Voorstraat voorbij het huis van Hedzer Wiersma. Daar is weer een pad waardoor je tussen de huizen door op de Noorderweg kunt komen. Links van het pad stond eerst aan de weg het huis van Jelle de Wilde. Dan het huisje waar vroeger de familie's Pieter van der Meulen, Jacob Eelkema en Wealtje Cuperus gewoond hebben. Daar tegenaan stond het huis van Sipke van der Kooi. Links daarvan woonden Jacob H de Vries en zijn zuster Sjoke.

Dan liep het pad naar beneden, en aan de linkerkant stond een klein huisje, wel het "burgerhuisje " genoemd omdat het zo een keer in de krant te koop is aangeboden. Dit huisje is lang onbewoond geweest. Aan de rechterkant stond nog een dubbele woning, waarvan het gedeelte aan de weg bewoond werd door Soorsma's Nienke en later door fam. Romke Hoekstra. Het andere gedeelte woonde Anne van der Meulen, en later heeft Arjen Dijkstra er nog gewoond. Van deze huizen kon niet gezegd worden dat ze een vrij uitzicht hadden over de landerijen. Nu op de Noorderweg eerst rechtsaf.

Daar stond het huisje van Jacob de Jong. Dan een pad op naar het huis van Pope Visser, Rense Cuperus, die het huis keurig geverfd achterliet toen zijn broer Siebe Cuperus het huis overnam. Dan nog het huis van Lieuwe van der Meulen. Zijn vader is hier vroeger een slagerij begonnen. Nu terug voorbij het burgerhuisje. Hier woonden vroeger de Bokma's. Later hebben er nog verschillende gezinnen gewoond. Er is nog een kapper geweest die hier "spreekuur" hield. Dan verder naar links achter de tuin met dalhia's het huis van Gerrit Ulbes Buwalda. Nu zijn we op de hoek aangekomen, bij de boerderij die laatst bewoond werd door de familie Klaas Dijkstra. Hiervoor Sjouke Dijkstra, Minne Eelkema en daarvoor Ouwe van der Wagen. De Voorstraat in; eerst het huisje wat nog als postkantoor dienst heeft gedaan. Klaas Westra heeft er gewoond, daarvoor Pieter Visser  en Wijbren de Jong. Nu als laatste het huis waar fam. Freerk de Beer gewoond heeft. Daarvoor heeft Hendrik de Wilde er gewoond. Dit huis staat er nog en de boerderij waarmee we begonnen zijn. De meeste huisjes zijn rond 1970 afgebroken.

Alle namen van de bewoners zijn niet genoemd, maar wie hier een beetje bekend is weet wel om welke huizen het gaat.

Na de afbraak zijn hier weer vijftien huurwoningen gebouwd.

G de Jong

 

Kermis 10-4-2006

Vroeger was er ieder jaar in Nes kermis, of zoals men het vroeger noemde " Nessemer merke ".
De kermis werd gehouden rond de zesde zondag na 12 Mei.
Dan veranderde het anders zo rustige dorp drie dagen in een feestvierend pretpark.

De haven van Nes lag dan vol met schepen van kooplui die hun waren probeerdente verkopen .
Op de hoek waar nu de familie Zuidema woont was vroeger de dorpsherberg.
Op die hoek stond dan ook de draaimolen.
De Kaatsbuurt stond dan vol met tenten van de handelaren, en andere kermisreizigers.
Ieder jaar werden er grote kaatswedstrijden gehouden, waarbij door de kastelein een grote prijs beschikbaar werd gesteld.
Zo liet kastelein F. Schregardus in 1822 als prijs eenzilveren bal verkaatsen. 
In 1887 was de eerste prijs veertig gulden. Dat was meer dan een arbeider toen in een maand verdiende.
Op Maandag was er harddraven voor paarden. Dit gebeurde op de weg naar Nijkerk, langs de pastorie.
Ook hiervoor werd een fraaie prijs door de kastelein uitgeloofd. Men zat er ieder jaar wel over in of er voldoende deelname zou zijn. Meestal deden er acht paarden mee, maar in 1889 deden er zestien paarden mee, en zoals in het verslag in de krant staat: "komende uit alle hemelstreken".
Verder liet het volk zich vermaken door het optreden van gezelschappen koorddansers en gymnasiasten en andere artiesten die hiervoor een tent hadden ingericht. Voor de kasteleins waren het de beste dagen van het jaar.Hier trad 's avonds ook een muziekgezelschap op. Als in het laatst van de negentiende eeuw het politieke klimaat verandert, komt er steeds meer verzet tegen de kermis.
Het duurt nog tot 1916 als het gemeentebestuur met elf tegen twee stemmen besluit om de kermis in Nes af te schaffen.

G de Jong

De school in Nes 3-10-2005
  School aan de Hoofdstraat  
 

Zoals het nu lijkt wordt volgend jaar de school in Nes gesloten wegens gebrek aan leerlingen. De grootste oorzaak is de ontvolking, die al meer dan veertig jaar aan de gang is. Doordat de grond rondom Nes zeer geschikt is voor het verbouwen van verschillende land en tuinbouwgewassen, waren hier in verhouding met andere dorpen veel meer arbeidsplaatsen.

Door de mechanisatie en bedrijfsvergroting zijn er dan ook meer mensen uit Nes vertrokken. Voor 1883 was er een school aan de Hoofdstraat, achter het huis nr 18 van Aardema. Dit huis was de woning van de hoofdonderwijzer. In 1898 is dit huis verkocht aan graanhandelaar Dirk Aukes Holwerda. Door de gemeente Westdongeradeel is toen een andere woning gekocht aan de Kaatsbuurt, van mej. A Dijkstra. In 1883 is het schoolgebouw in gebruik genomen wat nu aan de Hoofdstraat staat, nr 6. Dit gebouw is precies 100 jaar later gesloten, ook wegens gebrek aan leerlingen. Na de doleantie is ook in Nes en Wierum een Geref. kerk gesticht.
De ouders stuurden hun kinderen niet meer in Nes naar de Openbare school, maar naar de Christelijke school in Oosternijkerk, waar al sinds 1868 een Christelijke school is.
 
Later gingen er ook nog kinderen naar de Christelijke school in Wierum (1903). In 1904 is in Nes een vereniging opgericht, met als doel om te komen tot het bouwen van een school voor Christelijk onderwijs op Gereformeerde grondslag. Er zaten leden van de Hervormde en Gereformeerde kerk in het bestuur. Op 25 september 1906 wordt in de herberg van Pier de Graaf  voor de erven van Johannes Bonga een flinke burgerhuizinge verkocht aan de Nijkerksterweg, groot 20 are en 50 ca. Dit huis wordt door de vereniging aangekocht als woning voor de hoofdonderwijzer, en er is genoeg ruimte om een nieuwe school te bouwen. 
In 1908 wordt de nieuwe school in gebruik genomen, en heeft dienst gedaan tot 1956.
Dan wordt de veel moderne school aan de Wiesterweg betrokken, en de hoofdonderwijzer woont al in het nieuwe huis naast de school, die na 50 jaar ook wordt gesloten. De Openbare lagere school van Nes kreeg bekendheid als de kleinste school van Nederland. De kans is groot dat nu de Christelijke School de kleinste is. Hoe vaak zal in deze vier schoolgebouwen het verhaal verteld zijn dat de kleinste het wel van een reus kan winnen. Het is jammer voor het dorp als er straks geen school meer is,  maar het gaat in de eerste plaats om de kinderen. De kinderen kunnen nu op de fiets naar school, of ze worden met de auto gebracht. Honderd jaar geleden moesten de kinderen lopend naar school. Of het nu met Nes gebeurd is ? 
Er kan in honderd jaar veel in een dorp veranderen.

G de Jong

 

De laatste smederij van Nes. 8-4-2005
Kaatsbuurt 1909  
 
 

De ansichtkaart is van de Kaatsbuurt in 1909.
De eerste personen rechts op de foto zijn smid Sjuk Brandsma en zijn vrouw Hiltje Westra.

 
 

Omstreeks het jaar 1900 waren er drie smederijen in Nes.

De oudste smederij was aan de Hoofdstraat, nu nr 13. Er is ook nog een smederij geweest van Jouke Wouda aan de Voorstraat.De smederij waar het nu over gaat is van de familie Visser aan de Kaatsbuurt 7.in 1832 is huis eigendom van de diaconie van Nes. Enkele jaren daarna wordt het huis eigendom van de familie Meindersma, landbouwer te Nes.

Daarna wordt Ate Hijlkes Hoekstra eigenaar, en in 1849 Romke Pieters Torenmans uit Morra smid in dit pand, wat bijna 100 jaar een smederij zal blijven. Het zit het gezin van Torenmans niet mee. In 1852 overlijdt zijn vrouw Geertruida Jans Reitsma oud 34j. Zijn tweede vrouw Aaltje Idzes van der Velde sterft in 1865 oud 31j. In die tussentijd zijn ook nog drie jonge kinderen overleden. In 1867 trouwt Torenmans opnieuw, nu met Antje Miedema. Tot overmaat van ramp gaat Torenmans ook nog failliet.

In april 1868 wordt er boelgoed gehouden , en wordt de smederij publiek verkocht.Torenmans en zijn vrouw zijn dan al met de Noorderzon vertrokken.Dochter Janke Torenmans verklaart aan de ambtenaar van de burgerlijke stand bij haar huwelijk in 1884, dat zij niet weet waar haar vader is, en of hij nog wel in leven is. In 1867 heeft hij zijn woonplaats heimelijk verlaten, en nadien is er nooit meer iets van hem vernomen.

De smederij komt dan op naam van Klaaske Jacobs Hayma van Ternaard, en haar man Douwe Ages Swart  wordt dan de nieuwe smid. In 1874 verkopen ze de smederij aan Douwe Rinderts Wielinga van Holwerd en zijn vrouw Geertje Rinzes Kampstra. In 1892 ziet Wielinga het niet meer zitten, en hangt zich op aan de ring van de deur van de smederij in de steeg tussen de huizen.

De weduwe Wielinga maakt daarna aan het geachte publiek bekend dat zij gedenkt de AFFAIRE voort te zetten. Ze vraagt per 12 mei een meester-smidsknecht, grondig 't vak in 't boerensmeedwerk verstaande. De knecht Douwe Douwes Wijnalda wordt in 1895 zelf smid tot 1901. Dan biedt de wed. Wielinga de smederij te huur of te koop aan, en dan koopt Johannes Annes Brandsma Grof - en Hoefsmid te Bergum de smederij voor zijn zoon Sjuk Brandsma. Deze maakt via een advertentie aan de ingezetenen van Nes en omstreken bekend dat hij zich aldaar heeft gevestigd als Hoef- Grofsmid en Kachelmaker, hopende door een flinke bediening zich het vertrouwen waardig te maken. Na 28 jaar vertrekken Brandsma en zijn vrouw Hiltje Westra weer naar Bergum.

Daarna is Marten Sietzes de Vries hier nog vier jaar smid, en dan koopt in 1933 Christiaan Reeder de smederij. Reeder blijft tot 1948, en vertrekt dan naar Anjum. De schoonouders van Reeder, Jacob Wijnzens de Vries en Willemke Geertsma kopen dan het huis, wat dan geen smederij meer is.

In 1958 wordt het huis verkocht aan Klaas Jacobs Meinsma en Akke de Vries. Meinsma komt in 1958 op tragische wijze om het leven met een tractor.Intussen bestaat de andere smederij aan de Hoofdstraat ook niet meer.

Dan begint Meindert Visser van Augustinusga een smederij in de oude molen.Met zijn broer IJpe heeft hij een smederij gehad in Kollumerzwaag.Visser koopt in 1960 het huis van wed. Akke Meinsma de Vries, wat dan weer als smederij wordt gebruikt. Zoals op veel plaatsen is door de mechanisatie in de landbouw de dorpssmidlangzaam uit het beeld verdwenen.

G de Jong

 

Het Armenhuis te Nes 06-12-2005
 

De zorg voor de armen was vroeger voor de diaconie van de kerk en de armvoogden.De diaconie had enkele huizen in bezit waar de armsten in mochten wonen.Op 27 april 1822 heeft de aanbesteding plaats in de herberg tot het opbouwen van een armenhuis in den dorpe Nes.  Het armenhuis komt te staan aan de Kamp, waar nu de families Dam en Cuperus wonen.Er komt nu meer zorg voor arme en oude mensen.Voor het verplegen van zieken komt er een aparte kamer. Er zaten soms veel mensen in het armenhuis, waaronder ook hele gezinnen.In de slechtste tijd hebben er wel eens 100 mensen gewoond.Sijbren Klazes Mollema wordt de opziener van de armen, of zoals men het later noemt: binnenvader. Hendrik Joukes Hettinga volgt hem op in 1845.

Dan breekt er voor Nes een zware tijd aan. De armoede slaat in alle hevigheid toe. De aardappelziekte teistert vanaf 1845 het gewas zo erg, dat er voor de boeren bijna geen opbrengst meer is. Er breekt een hongersnood uit, en de besmettelijke ziektes cholera en typhus. In de drie jaren die daar op volgen sterven er in Nes ongeveer 100 mensen,  waarvan 43 in het armenhuis. Van de 100 zijn er 35 jonger dan 20 jaar. Ook de armvader Hettinga en de dokter van Nes Jan Johannes de Jong 37j horen bij de slachtoffers.Een paar jaar eerder is zijn voorganger dr Henri Bierman oud bijna 24j gestorven. We moeten het armenhuis niet vergelijken met de bejaardentehuizen van nu, waar men van een rustige oude dag kan genieten in huize  " Avondrood". Wie in die tijd in het armenhuis terecht kwam, belandde in huize "Morgendood". Men noemde het armenhuis niet voor niets " De lange jammer ". Na 1849 breekt er een rustiger tijd aan. Kornelis Ruurds Huizinga is nu armvader. Langs de weg stond vroeger een zwart hok, dat gebruikt werd voor de vlasbewerking, het braakhok. De armvader regelde met de boeren dat er voldoende vlas in voorraad was.  In 1855 wordt Gerrit Jans van der Gang armvader, en blijft dat tot zijn dood op 2 januari 1902. Op 21 januari 1902 wordt voor het algemeen Burgerlijk Armbestuur van Westdongeradeel verkocht bij de wed. van Gelder te Nes:

 
 
  Armenhuis 1932
 
 

In het midden van deze foto uit 1932 het armenhuis, met langs de weg het braakhok.

 

Het ARMENHUIS met grond te Nes, staande en gelegen bij de buurt en de vaart, kadastraal groot 12 are en 30 centiare, bestaande in een voorhuis met gang, nette kamer, eene groote ruime kamer voor de verpleegden, voorts schuur, eene groote berg- of werkplaats, afzonderlijk staande woning enz. en is voorzien van twee regenwaterbakken en twee putten. Bod f 1329.--. 

Wie vanaf die tijd in Nes afhankelijk wordt van de armenzorg komt terecht in het armenhuis te Holwerd.

G de Jong

 

 

De herberg van van Gelder 7-8-2005
  Hoofdstraat Nes  
 

Tussen de huizen nrs 18 en 20 aan de Hoofdstraat stond vroeger een herberg. Na het overlijden op 29 december 1853 van de eigenaar en bewoner, kleermaker Rense Romar wordt het huis publiek verkocht. Dirk Taekes Jousma wordt de nieuwe eigenaar , en begint een herberg in dit pand. In 1855 laat hij op de jaarlijkse kermis tot prijs een zilveren zak-tabaksdoos verkaatsen. Met zijn vrouw Minke Hilles Jousma blijven ze tot 1865 de herberg bewonen.

Dan wordt de zaak verhuurt aan Ruurd Sipkes Cuperij en Grietje Klazes Haaksma. Een jaar later verruilt Jousma de herberg met de boerenhuizinge en schuur van Tjalling Romkes Meinsma aan de weg naar Wie. Dit huis stond bij de opslagplaats aan de Wiesterweg, en is  enkele jaren geleden afgebroken. ( De gouden leeuw ).

Meinsma is dan tapper en slijter te Nes. Men heeft niet lang van de diensten van Meinsma gebruik kunnen maken. In hetzelfde jaar 1866 gaat Meinsma failliet. De herberg wordt dan publiek verkocht, en dan worden Kornelis Hilbrands van Gelder met zijn vrouw Antje Kornelis Stellema de nieuwe eigenaars voor f 1600.-. Van Gelder was al wagenmaker in Nes, en wordt nu ook herbergier. Meinsma wordt in 1874 gerehabiliteerd, op grond dat alle schuldeisers ten genoege van elk hunner zijn voldaan.

In 1882 overlijdt Kornelis van Gelder, oud 63 jaar. Vijf maanden eerder is hun dochter Aaltje overleden. De weduwe Van Gelder zet nu het bedrijf voort met haar zoon Kornelis. In 1888 proberen ze de zaak publiek te verkopen, maar met hun eigen bod f 1400.-  waren ze de hoogste bieder. Kornelis trouwt in 1896 met de 13 jaar jongere Aafke Alberts Sinnema uit Hantum, die twee jaar later overlijdt. Met het verstrijken der jaren wordt het er met de zaak niet beter op. Zelf worden ze steeds beter klant. Het verhaal gaat dat ze de schade konden beperken door met hetzelfde dubbeltje heen en weer te schuiven, van elkaar een borrel te kopen.

In 1911 wordt door de burgemeester en wethouders van Westdongeradeel besloten om de drankvergunning in te trekken. Kornelis wordt bij herhaling gestraft wegens openbare dronkenschap. Tot 1918 blijven ze in de herberg. Dan wordt er boelgoed gehouden, en wordt de herberg van van Gelder na 50 jaar gesloten. Moeder Antje is dan 87 jaar als ze vertrekt naar haar dochter in Marrum, en Kornelis is 64 jaar als hij naar Ferwerd vertrekt, en bij zijn zuster en zwager gaat wonen.

Eelke Metskes Walsma koopt het huis, wat dan bewoont wordt door de dames Geertsma.In 1925 vestigd dr S.A. Schouwstra zich in Nes als arts, voorlopig ten huize van de gez. Geertsma. Drie jaar later maakt H. Radelaar bekend dat hij zich zich heeft gevestigd als mr.Schoenmaker, per adres gez. Geertsma. In 1929 wordt het huis verkocht aan Pieter Boelens.De familie Wiersma worden dan de bewoners, en Douwe Wiersma is dan tot 1955 schoenmaker in Nes. De gemeente Westdongeradeel koopt daarne het huis, en in 1958 achten B. en W. het noodzakelijk dat dit pand zo spoedig mogelijk wordt afgebroken, omdat het een gevaar oplevert voor de openbare veiligheid.

G de Jong

 

 

Wieringa uit fietsen 18-10-2004
  Fiets kaartje Wieringa
 

In het begin van de vorige eeuw waren er maar weinig mensen die een fiets bezaten. En dan was het nog een hele kunst om te leren fietsen.Vooral voor oudere mensen was het een moeilijke opgave. Het was dan ook vermakelijk om te zien hoe ouderen leerden fietsen.Vooral in de avond waren verscheidene mensen aan het oefenen.De fietsen waren vroeger ook niet zo modern als vandaag. Dat maakte het ook nog een stuk moeilijker, met alleen maar een handrem. Op zekere dag kocht Wieringa een nieuwe fiets bij de smid. Hij was al achter in de vijftig toen hij probeerde de fietskunst nog machtig te worden. Bijna iedere avond zag men hem oefenen, meestal tot verwondering van mens en beest. Na veel oefenen was hij eindelijk zover, dat hij vond dat hij wel eens naar Dokkum kon fietsen. Op een mooie woensdagmiddag onderneemt hij de reis naar Dokkum. De heenreis verliep zeer voorspoedig. Na een bezoek aan de markt en enkele winkels begint Wieringa aan de terugreis.

Vol goede moed fietst Wieringa weer het Noorden in. De vrachtrijder Gerrit de Zwart uit Nes keert ook huiswaarts met zijn vrachtauto. Terhoogte van Wetzens ziet hij een fietser voor zich op de weg dwarrelen. Dichterbij gekomen herkent hij Wieringa. De Zwart drukt verscheidene malen op de claxon. Dit wordt Wieringa noodlottig. Volkomen in paniek raakt Wieringa de macht over het stuur kwijt, en komt ten val.

Nes WD : 15 sept.

Een fietsrijder uit ons dorp, nog weinig bedreven in de kunst, van Dockum huiswaarts keerende, overkwam een ernstig ongeluk. Hij geraakte onder een vrachtwagen, waardoor een zijner benen gebroken en zijn schouder ontwricht werd. De heer Elema arts te Metslawier, verleende geneeskundige bijstand. De politie heeft de zaak in onderzoek.

 

G. de Jong

 

Het Kerkje aan de Nieuweweg 7-5-2004
  Kerkje 1918  
 
 

Dit is een ansichtkaart uit 1918 van de Lichtewei, nu Nieuweweg.

 
 
 

In 1887 is in Wierum onder leiding van ds Langhout van Anjum de gereformeerde kerk van Nes en Wierum opgericht. In Wierum was al een lokaal waar geregeld evangelisten voorgingen. In 1890 wordt ds H.K.Zijlstra uit Kooten de eerste predikant van de geref. kerk te Nes en Wierum. Het ledental neemt toe, en ook in Nes wil men graag een eigen kerkgebouw. Er wordt een commissie benoemd die de mogelijkheden zal onderzoeken. In de laatste maanden van 1890 wordt de kerk gebouwd, maar door de felle koude wordt de nieuwe kerk niet eerder in gebruik genomen dan op Hemelvaartsdag 1891. Men wilde wachten tot het klimaat wat zachter werd.
 

De kerk is gebouwd door M.Zijlstra van Ee, J.C de Wilde uit Oosternijkerk en F.J.Kooistra van Nes. Het schilderwerk is aangenomen door J. Kooistra van Nes. Voortaan wordt iedere zondag 1 keer in Nes en 1 keer in Wierum een kerkdienst gehouden. Dit duurt tot 1919, want in dat jaar wordt de kerk gesplitst in de kerk van Nes, en de kerk van Wierum. De predikant ds H.K van Dijk gaat zondags in beide kerken 1 keer voor. Nu er per dorp 2 diensten gehouden worden is de andere dienst een leesdienst. Een orgel heeft de kerk nooit gehad. De gemeentezang werd geleidt door een voorzanger.

De kerk had wel een galerij, waar toezicht gehouden werd op de jeugd ter voorkoming van baldadigheid. In 1920 krijgt de kerk electrisch licht. De zuidmuur van de kerk begint gebreken te vertonen,en nu het ledental tot ongeveer 350 is toegenomen is het gebouw ook te klein geworden. De mogelijkheid wordt onderzocht om de kerk te vergroten, of misschien een nieuwe kerk te bouwen. De tijdsomstandigheden waren veel beter dan in 1890. Een rondgang door de gemeente leverde zoveel geld op, dat besloten werd een nieuwe kerk te bouwen. 
 

De nieuwe kerk is op 18 januari 1926 in gebruik genomen. Het oude kerkje wordt verkocht aan S.Bosgra voor f.1350.-. Na de verbouwing begint zijn moeder de wed. Bosgra er een winkel. De noordmuur is nog van de oude kerk. In 1939 is uit de hand te koop ; Een zeer mooi huis ; bewoond door de wed T.Bosgra en J vd Ploeg. Nu zijn het 2 halfvrijstaande woningen aan de Nieuweweg nrs 8 en 10.

G de Jong


 

Mosterd Maaike 4-9-2003
  Mosterd Maaike 1918  
 
 

Het winkeltje van Maaike was aan de linkerkant op deze ansichtkaart uit 1918.

 
 
 

Maaike de Vries had een winkeltje in Nes op de plaats waar nu mevr. Visser-Kootstra woont.

Het oude huisje stond vroeger iets meer naar achteren.

Maaike, geboren 24 december 1821 was een dochter van Wijnzen Metskes de Vries en Maaike Feddes Keegstra. Nu wonen er nog verre familieleden van haar in Nes met dezelfde achternamen.

Als ongetrouwde vrouw moest Maaike zelf de kost verdienen, en was ze een winkeltje begonnen.

In het winkeltje kon men voor 1 cent een kop mosterd halen. Iedere Donderdag ging ze bij de boeren langs om mosterd te verkopen. Die kochten dan meestal voor 5 cent tegelijk.

Vaak zei ze: 'Wat rûkt it sterk net frou, it krijt my al by de noas.' En vooral in de winter was dit duidelijk aan haar te zien.

Om haar woorden kracht bij te zetten deed ze een greep naar haar zakdoek. Woensdags kreeg ze nieuwe mosterd in een vat.

 

De schipper van Nes bracht het voor haar mee uit Dokkum.

Zo is het een keer gebeurd dat de schipper ook een paar biggen aan boord had. Een big raakte los, en schoot met grote vaart in het vat met mosterd. De big zat onder de mosterd.De schipper heeft de big weer schoongeveegd, en de mosterd weer in het vat gedaan. Zo kreeg Maaike haar mosterd, en volgens het verhaal heeft ze geen klachten gekregen over de kwaliteit van de mosterd. Mosterdstip is vroeger in Friesland lang de gewone arbeiderskost geweest. Het bestond uit saus uit afkookwater van aardappelen, meel en mosterd. Zo te zien werkt dit voedsel cholesterolverlagend.

 

Er is een dorp in Fiesland waar de buurt der armsten Mosterdstipsein heette.

Als Maaike de Vries, van beroep winkeliersche 44 jaar oud is trouwt ze op 7 juni 1866 met Dirk Andries Elzinga, oud 34 jaar en van beroep schoenmaker. Een schoenmaker was vroeger vaak niet geschikt voor het boerenwerk. Meestal kon hij door een ziekte of handicap het zware werk niet doen.

Op 4 juli 1882 overlijdt Elzinga, oud 50 jaar.

 

Bijna 2 jaar later, op 22 mei 1884 trouwt Maaike opnieuw met een schoenmaker.
Maaike is inmiddels 62 jaar oud.

Haar 2e man is de 47 jarige Harmen van Dijk.In de volksmond wordt hij : lytse Harm : genoemd.

Het zijn moeilijke tijden, en daarom doen Harm en Maaike een beroep op het burgerlijk armbestuur.

Als Maaike komt te overlijden op 16 oktober 1903, oud 81 jaar worden enkele dagen later op haar begrafenis mooie woorden gesproken door ds Luuring over de gelijkenis van het mosterdzaad.

 

Een week later staat een artikel over Maaike in de Leeuwarder Courant. 

Nes W.D:

Voor enige dagen overleed alhier een ruim 80 jarige vrouw, welke met haar echtgenoot, schoenmaker van beroep, sedert enige jaren door het burgerlijke armbestuur werd bedeeld.

Geen wonder dat de erfgenamen vreemd opzagen toen uit de bedstede eene som van f 2400.- aan contanten voor de dag werd gehaald.Vreemd zeker ook dat de man met het bestaan dier som geheel onbekend was.

Bijna 1000 zwarte rijksdaalders zaten in een schoenendoos. In vergelijking met nu precies 100 jaar later moeten we de waarde op ongeveer 125.000 gulden schatten. Een tantezegster van Maaike, Maaike KLazes Dijkstra neemt de winkel over. Als zij in 1913 op 65 jarige leeftijd overlijdt, wordt er boelgoed gehouden van meubelen en huisgeraden en winkelgoederen. Het huis wordt op dezelfde dag in 1 zitting verkocht in de herberg van Pier de Graaf.

Het oude huisje wordt afgebroken, en er komt een mooi nieuw huis voor Harmen Renzes Dijkstra en Dieuke Arjens Kingma.


G. de Jong


 

Kistenfonds 12-03-2003

In februari 1867 is in Nes een vereniging opgericht onder de naam " Onderlinge doodkist vereeniging ".

Het doel van de vereniging was om aan elk lid bij overlijden een eikenhouten doodkist te leveren.

De ontwerpers van het reglement waren tevens de eerste bestuursleden: B. B. MOLLEMA, H.J. SIJTSMA, J.HAVINGA en B. van DIJK.

In Nes wonen 5 vaklieden die om de beurt een doodskist zullen leveren : K. Dijkman, F. Kooistra, B. van Dijk, J.Kooistra en K. van Gelder. Na een jaar blijkt dat dit niet de juiste manier is, wordt besloten om per sterfgeval een bedrag uit te keren, zodat ieder zelf kan bepalen door wie hij een doodskist laat maken. Er wordt van uitgegaan dat men een 1 1/4 duims eikenhouten doodskist krijgt.

Het uit te keren bedrag is f 15.- voor personen boven 15 jaar.

Van 5 tot 15 jaar f 10.-, en beneden 5 jaar vijf gulden.Wie dan een éénduims eikenhouten of een vurenhouten kist wil hebben houdt nog wat over.

In het begin zijn er 120 leden, die 25 ct contributie moeten betalen. Ook de burenplicht wordt in het reglement opgenomen. De 6 naasten ten weerszijden van het sterfhuis zijn verplicht het lijk af te leggen, de kist ten sterfhuize te brengen en het lijk daarin te leggen. De twee naasten moeten ook de buurplichtigen bekend maken wanneer de begrafenis plaatsvindt, het overlijden aangeven op het gemeentehuis, en bij de boekhouder van het  fonds.

De buurplichtigen dienen op tijd bij het sterfhuis tegenwoordig te zijn, of zich door een ander doen vervangen. Later wordt het afleggen meestal gedaan door de wijkverpleegster en de bode van het fonds. Bij de begrafenissen die in het begin vanuit het sterfhuis plaatsvonden, moesten 16 dragers aanwezig zijn, en in de toren 4 klokluiders. De begrafenissen worden later vanuit de kerkgebouwen gehouden, of  vanuit hetlokaal van de Ned. herv. gemeente.

De jaarvergadering werd altijd op koppermaandag gehouden. De eerste maandag na driekoningen in januari. Dit gebeurde om beurten in één van de drie cafés die Nes toen nog had. Café de Graaf op de hoek naast de winkel van Bremer, café van Gelder naast de winkel van Auke Eelkema , en café Keizer naast de openbare lagere school met als laatste caféhouder Hendrik Huizinga tot 1950.

Er is nog een anekdote over het afleggen van Jan Potter.

Zijn vrouw, Potters Hil, was zolang even bij de buren. Toen de buren Jan Potter hadden opgebaard, vroegen ze Hil of ze haar man even wou zien. Maar Hil achtte dit niet nodig. Ze zei: " Ik heb Jan al zovaak gezien ". Na de begrafenis zei Hil: " Het zal niet gebeuren, maar als hij terug kwam, liet ik hem er niet weer in."

Voor nieuwe bewoners van Nes was het een vreemde gewaarwording als er iemand aan de deur kwam om te zeggen dat je burenplicht moest doen. In een enkel geval werd er geweigerd en wilde men ook de boete niet betalen. Dan werd besloten om zulke personen niet weer te vragen. De bestuursleden stelden zich op de ledenvergadering vaak herkiesbaar.

Zo kon het gebeuren dat Joh. Chr. Reeder 38 jaar bestuurslid was, waarvan 24 jaar als voorzitter. Na 1960 begint de ontvolking in Nes, doordat er bij de boeren minder arbeiders nodig zijn. Dit heeft ook zijn weerslag op de plaatselijke middenstand. Het wordt hierdoor steeds moeilijker om 16 dragers en 4 klokluiders bijelkaar te krijgen. Besloten wordt om de leeftijdsgrens voor dragers te verhogen van 60 tot 65 jaar. Als in 1965 veel bejaarden vertrekken naar de rusthuizen komt er nog een probleem bij. Hebben oud-inwoners er nog recht op om gratis naar hun laatste rustplaats te worden gedragen ?

Besloten wordt hiervoor een tijd te bepalen van een half jaar. Hierdoor ontstaat wel een rare situatie, want nu moeten mensen die hun hele leven anderen gratis hebben gedragen voor hun eigen begrafenis betalen. Hierom roept de vereniging van dorpsbelangen de dorpsgenoten op om hun mening te horen over het oprichten van een begrafenisvereniging. Hier wordt in 1966 toe besloten en na enige tijd neemt zij de regeling van begrafenissen over. Het geld voor een rijdende baar wordt geleend van het kistenfonds, op voorwaarde dat er een billijke rente zal worden betaald. Dit betekent niet dat het kistenfonds ophoudt van bestaan. In 1965 is besloten om het " leedaanzeggen ", het gebruikelijke rondzeggen van overlijden in het dorp door de bode, te laten vervallen. Tot 1972 wordt er ieder jaar nog een jaarvergadering gehouden. Daarna legt het bestuur weinig ijver aan de dag. De contributie wordt wel opgehaald en de vergoeding bij overlijden wordt betaald. Het komt zelfs zover dat, na een aantal jaren,een bestuurslid niet eens meer weet wie de voorzitter van het kistenfonds is. Als ditzelfde bestuurslid wordt gevraagd voor het bestuur van dorpsbelang vindt hij dat hij een goede reden heeft om hiervoor te bedanken, want " hij zit ook al in het bestuur van het kistenfonds.".

Het aantal leden van het kistenfonds daalt en de contributie is al in geen jaren aangepast. Hierdoor staat de uitkering ook niet in verhouding tot de prijs van een grafkist. In 1989, na het overlijden van de laatste voorzitter Joh. Visser wordt door Sj. Holwerda en A. Mollema een ledenvergadering georganiseerd. Op deze ledenvergadering op 3 april 1989 wordt besloten om het kistenfonds officieel op te heffen. De nog aanwezige financiële middelen f 1743.75 zullen worden geschonken aan de plaatselijke begrafenisvereniging. Zo is er een einde gekomen aan een vereniging die in vroeger tijden van groot belang is geweest, of zoals in een krantenartikel uit 1887 staat : "

Ze verschaft menigeen de gelegenheid den zijnen eene fatsoenlijke begrafenis te doen geworden ".

G de Jong

De molen aan de vaart 12-11-2002

r is een tijd geweest dat Nes 2 molens rijk was. De oudste molen stond op de Molenbuurt,en is in 1891 afgebrand.

In 1872 heeft Tjebbe Hendriks Turkstra een nieuwe molen laten bouwen aan de vaart. Vanaf 1865 was op diezelfde plaats een Cichoreifabriek.

Als gevolg van de landbouwcrisis (1878-1895) is Turkstra in 1889 op 60 jarige leeftijd vertrokken naar Amerika.

De molen die toen bij de publieke verkoop is ingehouden,is gekocht door een zwager van Turkstra uit Schettens, en voor

5 jaar verhuurt aan Tjeerd Jeltes Bakker.

Als die 5 jaren om zijn, is er ten huize en ten laste van Tjeerd Jeltes Bakker korenmolenaar te Nes boelgoed van meubelen en huisgeraden, gereedschappen en 8 hennen en een haan.

Na Bakker wordt Rients Turkstra de nieuwe huurder tot 1902.Daarna wordt de molen verkocht aan Doeke Turkstra uit Anjum. In 1940 is bij Huizinga de verkoping van de Koren en Pelmolen met woonhuis en veestalling in eigen gebruik bij den heer D.R.Turkstra. Koper wordt de heer Sikke Sikkes Hempenius, winkelier te Ternaard voor f.3092.

De familie Joh. Keizer betrekt dan het woonhuis.In de oorlog wordt de molen wegens brandstofgebrek nog bemaald door een molenaar uit Hantum. Na de oorlog wordt Gerrit Jans Visser de nieuwe eigenaar.

De molen raakt daarna ernstig in verval, en wordt ontdaan van de wieken. Freerk Visser is vanaf 1963 eigenaar, en vanaf 1964 tot vandaag met zijn gezin bewoner van het molenhuis.

In het midden van de zeventiger jaren wordt de romp van de molen afgebroken, om plaats te maken voor een nieuwe loods van het loonbedrijf van Visser.

Nu herinneren de namen Molenbuurt en Molenweg aan de tijd van weleer.

Het beeld van Nes :"Eeuw uit, eeuw in, tot sieraad en tot eer."

De smederij aan de hoofdstraat
  Smederij 1950  
 
 

De smederij omstreeks 1950.

 
 
 

De oudste smederij van Nes was aan de Hoofdstraat, in het pand dat nu bewoond wordt door de familie IJpe Visser.

In 1787 verkoopt Jan Arjens mr Grofsmid te Nes de smederij aan Gerrijt Hijltjes en Antje Pieters Egtelieden te Belkum (Berlikum) voor 825 goudguldens. De gereedschappen zullen op taxatie worden overgenomen.

Jan Arjens is de voorvader van de familie Faber, die jarenlang in Nes heeft gewoond. Na Gerrijt Hijltjes wordt Beerend Nannes Bouma de nieuwe smid.In het najaar van 1815 breekt in Nes een besmettelijke ziekte uit.

Het 4 jarige dochtertje Antje en haar vader Beerend zijn de eerste slachtoffers.In 1816 wordt Age Ages Wijma uit St Anna Parochie smid in Nes.

Na 30 jaar, in 1846 wordt ten huize van D.R.Doedema kastelein te Nes provisioneel verkocht: Eene hechte HUIZINGE en GROFSMEDERIJ, met ERVE c.a. Bod fl. 687.-

De finale verkoop is 9 maart 1846 ten huize van P.Slagman kastelein te Nes.Koper is Kornelis Tjerks Stellema, die 3 jaar later op 44 jarige leeftijd overlijdt.

Stellema was al wagenmaker in het huis tegenover de smederij, nu van mevr. Grommé.

De wed. Stellema zet de zaak voort met een knecht, en later met haar zoon Tjerk Kornelis Stellema. In 1869 wordt het bedrijf overgenomen door Pieter Dirks Geertsma van Hantumhuizen en zijn vrouw Aafke Radersma. Geertsma overlijdt in 1911.

Op zijn grafsteen was tot 1997 te lezen : ' in leven smid alhier '.De wed. P.D Geertsma draagt in 1918 de zaak over aan haar zoon Hendrik en zijn vrouw Beitske Walsma. Hendrik Geertsma overlijdt in 1922, oud 35j.

Op 1 februari 1923 neemt Kornelis Johannes Wiersma de zaak over van de Wed.

H.P.Geertsma. De heer Wiersma overlijdt in 1936 oud 42 jaar. De wed. Wiersma zet het bedrijf voort tot haar zoon Joh.Wiersma de zaak overneemt. In 1957 wordt er boelgoed gehouden, wat ook het einde betekent van de vanouds bekende en best beklante smederij.

G de Jong

 

 

 

De bakkers van Nes
  bakkerij Nes aan de dorpstraat  
 
 

Op deze foto uit 1906 is het eerste huis rechts de bakkerij van Foppe Harmens Dijkstra.Gooitzen Sjoerdsma was hier de laatste bakker van Nes. Het laatste huis links van de straat was de bakkerij van Dirk Romkes Doedema tot 1847, en het laatste huis rechts was de bakkerij met als laatste bakker Hibma tot 1962.

 
 

1-De oudst bekende bakkerij stond aan de Nieuweweg naast de boerderij van Anema.
In 1774 kopen Hijlke Lieuwes en IJtje Feddes Leidsma Seekere huisinge en Backerij c.a. van Gosse Jans en Sijtske Claesen Egtelieden te Collum.
Een zoon van Hijlke en IJtje, Fedde Hijlkes volgt zijn vader op.
Hij is gehuwd in 1790 met Liskje Rinzes Huizinga.
Na de dood van Fedde Hijlkes wordt de bakkerij voortgezet door Hendrik Frederiks Schregardus, die op 17-1-1798 met de wed. Liskje Rinzes Huizinga trouwt.
Na het overlijden van Liskje Rinzes 26-8-1801 trouwt Hendrik Schregardus op 12-9-1802 met Antje Tjepkes Wierstra.

2-Als in 1809 eene Huisinge en hovinge wordt gekocht door Hendrik Schregardus Mr bakker en Antje Tjipkes, verhuist de bakkerij naar de overkant van de weg, het huis wat nu bewoont wordt door de fam. J.P.Visser.
Van oudsher is dit pand een wagenmakerij geweest.
Hendrik Schregardus overlijdt op 22-12-1824.
Zijn schoonzoon Dirk Romkes Doedema neemt dan de bakkerij over.
Zijn vrouw Liskje Hendriks Schregardus overlijdt 8-9-1833 op 32 jarige leeftijd.
Hij trouwt in 1834 met Trijntje IJmkes Boschakker.
Doedema is tot 1847 bakker en kastelein.
In dat jaar wordt ten huize van D.R.Doedema verkocht, Eene ruime Huizinge en Broodbakkerij met schuur en erf, den 12 Mei 1847 vrij te aanvaarden. Bod slechts 1361 gulden.
Doedema vertrekt in 1851 met zijn gezin naar Noord Amerika.
Een zwager van Doedema, Louw Hilles Jouwsma koopt de huizinge.
Vanaf die tijd is het pand gebruikt als boerderij.
Een schoonzoon van Jouwsma, Sjoerd Jans de Jong is eigenaar vanaf 1874.

In 1881 verkoopt de Jong het huis met erf en schuur bij kastelein van Gelder, zeer geschikt voor bakkerij en Logement, voorzien van een bakkersoven. Geboden f1763.Jitze Wieringa wordt de nieuwe eigenaar volgens de koopakte d.d. 4-5-1881 voor f1700.
70 jaar later verkopen Jacob, Tjeerd en Gerrit Jitzes Wieringa het huis aan Pieter Visser.
Als in 1980 het oude huis wordt afgebroken om plaats te maken voor een nieuw huis, is het pand nog steeds voorzien van een bakkersoven.

3-Deze bakkerij is Nes-B 141 en 142, de oude Herberg en Bierbrouwerij.
Na 1816 neemt Frederik Frederiks Schregardus de Herberg over van Nanne Berends Bouma.
In 1818 en 1828 is dit pand op floreennr 157 van Frederik Schregardus Bakker. Dit huis stond precies tegenover bakkerij nr 2 van zijn broer Hendrik Schregardus.
Hun vader was Frederik Hendriks Schregardus, bakker te Wierum.
De familie Schregardus stamt af van de Dokkumer predikant Henricus Schregardus overl. 6-7-1702.
Een zoon van de predikant, Frederik was schoolmeester en dorpsrechter te Paesens.
De vader van de Wierumer bakker, Hendrik Frederiks Schregardus Mr Smid te Aalsum, was een zoon van de schoolmeester van Paesens.
Frederik Frederiks Schregardus was getrouwd met IJtje Feddes Huizinga, een dochter van de 1e vrouw van zijn oudste broer Hendrik.
De combinatie Herberg en Bakkerij duurt tot ongev. 1826.
Rond 1830 vertrekken Frederik en IJtje naar Wierum.
Douwe Adolfs Hemminga is dan bakker in dit pand tot ca 1840.
Ulbe Wiegers Postma wordt de nieuwe eigenaar en gebruiker tot zijn dood 9-11-1853. Hij was geboren te Akkerwoude, en gehuwd met Joukjen Cornelis Heemstra. De wed. Postma zet de zaak voort tot mei 1859.
Zij is inmiddels gehuwd met Dirk Harmens Jansma, gardenier te Paesens.
Na de familie Postma wordt Halbe Jouwerts Turkstra de nieuwe bakker tot 1872. Hij is geb. te Birdaard op 11-9-1828, en gehuwd met IJtje Thomas Posthuma geb. 24-9-1828 te Anjum.
Na Turkstra worden Gosse Keimpes Groenveld en de Wed. Dieuwke Klazes Koopmans eigenaars tot 1874.
Zij worden opgevold door Murk Lamminga, geb 8-6-1845 te Makkum en Jeltje Tijsma, geb 2-9-1853 te IJlst en overleden te Nes 25-2-1875.Lamminga blijft tot 1887. Dan verhuurt hij de zaak aan Douwe Tjeerds Hellinga, geb 11-10-1834 te Grouw en geh.met Renske Ridzerts Jager, geb.11-8-1840 te Beetgum.
In 1892 wordt de bakkerij publiek verkocht, met verkoop van sterke drank in het klein.
Dirk Klazes Talma koopt de bakkerij voor f 2495. Dit is f 1505 minder dan de prijs die Lamminga moest betalen in 1874 aan de wed. Groenveld.
Huurders worden Sijbren Dirks Talma geb. 13-5-1868 te Rinsumageest, en Baukje Meinderts Wiersmageb.13-11-1868 te Akkerwoude.
In 1896 koopt Johannes Halbes Halbesma de bakkerij.
Hij stond bekend als de razende bakker, omdat hij met hoge snelheid met zijn hondekar door de straten in en rond Nes reed.
Halbesma vertrekt in 1909, en dan wordt Pier Agema eigenaar.2 jaar later komt Anne Jouwerts de Vries. Deze blijft eigenaar tot 1942
Huurders zijn van 1930 - 1933 Fokke Hoekstra afkomstig van Rijperkerk, en van 1933 -1939 Douwe Jans de Jong van Wierum.
Zijn opvolger is Dirk de Jong tot 1946.
Vanaf 1946 Meinte van der Brug, en als laatste van 1952 tot 1962 Bouke Hibma. Het inwonertal van Nes is dan zover gedaald, dat Nes het vanaf 1962 weer met 2 bakkers moet doen. De nrs 4 en 6.

4.-Het verloop van deze bakkerij is in het begin niet precies na te gaan.
Frederik Frederiks Schregardus is hier de eerste bakker geweest van ongev. 1845 tot 1855. Hij was een zoon van de 1e bakker van nr 3.
Na die tijd is hij arbeider in Nes.
In 1893 koopt Foppe Harmens Dijkstra dit huis, en begint een bakkerij.
Zijn zoon Minne volgt hem op in 1933. Deze vertrekt in 1955 naar Assen.
De laatste bakker in dit pand, en van Nes was Gooitzen Sjoerdsma, die in 1977 uit Nes is vertrokken, en in 1982 op 52 jarige leeftijd is overleden.

5-Deze bakkerij is evenals nr 1 verhuist naar de overkant van de weg.
Jan Sipkes van der Kooi begint hier een bakkerij ongev. 1850.
De vrouw van van der Kooi, Jantje Samuels Huizinga, overlijdt 20-4-1851 oud 27 jaar.
Hun zoontje Sipke Sterft 11 weken later.
Tot mei 1856 blijft van der Kooi bakker, en is daarna arbeider.
Anne Roelofs Beetsma wordt de nieuwe bakker tot 1865.
Dan koopt Jacob Piers de Graaf de bakkerij, en blijft tot 1869 in dit pand.

6.-In dat jaar wordt de herberg van Pieter Jans Slagman verkocht.
De Graaf wordt de nieuwe kastelein in de herberg tegenover de bakkerij, die nu naar dit pand verhuist.
Het duurt dan nog bijna een eeuw, voordat ook deze bakkerij tot het verleden behoort. De herberg houdt het vol tot 1934.
Drie generaties de Graaf, Jacob Piers, Pier Jacobs en Jacob Piers tot 1931.
Daarna Roelof Kits tot 1934. Douwe Kits tot 1939. Sijbe van der Ploeg tot 1947, en als laatste Pieter Havinga, die in 1966 op 50 jarige leeftijd overlijdt.
Wed. Havinga Vrieswijk houdt de winkel nog een tijdje aan, en dan is ook deze bakkerij gesloten, om zoals alle 6 bakkerijen te worden afgebroken.


  G. de Jong